Autisme en mentale verbeelding

Inleiding
Voor dit blog heb ik een blog gebruikt van Autsider. http://www.autsider.net/nl
Ik heb toestemming gevraagd en gekregen om hun blogs (deels) te gebruiken.
Zolang als ik mij kan herinneren heb ik altijd beelden in mijn hoofd. Ben ik een beelddenker? Hoe kan ik weten dat ik een beelddenker ben? Ik kan dat niet vergelijken met het denken van iemand anders. Het is mogelijk dat ik geen beelddenker ben, maar dat ik deze eigenschap ten onrechte aan mezelf toeschrijf.
Bij het horen van ‘HUIS’ denken sommigen aan de letters, anderen zien een plaatje van een huis. Beelddenkers moeten dit beeld eerst omzetten in woorden, wat extra tijd kost.
Een werkboek schrijven (Autisme en ACT) gaat me goed af, maar een roman bedenken lukt niet. Mijn eerste boek was gebaseerd op mijn leven (Alice verdwaald in het land van de hulpverlening). Herinneringen uit het verleden komen bij mij niet alleen als beelden, maar ook met bijbehorende geuren. Hoewel mijn fantasie soms ontbreekt, ben ik creatief met potlood en penseel.
Tijdens de opleiding voor autisme specialist leerde ik dat mensen met autisme weinig fantasie en verbeelding hadden. Heb ik dat goed begrepen? Klopt dit wel?
Denk even aan een citroen: de bobbelige schil, het glanzende geel, het sap. Sommige mensen krijgen meteen een soort mini-film in hun hoofd. Anderen “weten” wat een citroen is, maar zien nauwelijks iets. Weer anderen voelen vooral een reactie in het lichaam: speeksel, een frons, een rilling bij het idee van zuur.
Mentale beelden spelen mee als mensen herinneringen ophalen, plannen maken, lezen, dagdromen, piekeren of proberen te ontspannen. En bij autisme komt daar nog een extra laag bovenop: zintuiglijke gevoeligheid. Als geluiden hard binnenkomen of fel licht echt pijn doet, dan ligt de vraag voor de hand: heeft dat iets te maken met hoe “levendig” het hoofd beelden kan oproepen?
In de klassieke beschrijving van autisme kom je soms de term “problemen met verbeelding” tegen (als onderdeel van de autisme-triade). Dat klinkt alsof mensen met autisme weinig fantasie hebben of geen creativiteit. Maar meestal bedoelt men iets anders.
In dit blog:
- Wat is sociale verbeelding?
- Wat is mentale verbeelding?
- Afantasie en hyperfantasie
- Zintuiglijke gevoeligheid bij autisme
- Werkt ‘visualiseren’ voor iedereen?
- Hulpmiddelen
- Heb ik veel fantasie?
Sociale verbeelding (Theory of Mind)
Dit gaat over je kunnen verplaatsen in sociale situaties: wat bedoelt iemand tussen de regels door, wat zou een ander kunnen denken of voelen, welke ongeschreven regels spelen mee, en hoe kun je flexibel schakelen als de situatie verandert.
Bij kinderen zie je dit ook terug in alsof-spel: samendoen alsof een doos een huis is, of dat iemand “dokter” is. Als sociale verbeelding lastiger gaat, kan iemand sociale signalen letterlijker nemen.
Mentale verbeelding
Mentale verbeelding is het vermogen om in de beelden, geluiden, geuren of gevoelens op te roepen zonder directe zintuiglijke input. Het stelt mensen in staat om situaties te visualiseren, herinneringen te herbeleven en creatieve ideeën te vormen, wat vaak wordt gebruikt voor planning, motivatie en therapie.
Als mensen het over verbeelding hebben, denken ze vaak aan plaatjes. Maar mentale verbeelding kan ook tast bevatten, geluid, geur en zelfs “gevoel van beweging”. Het gaat om het oproepen van zintuiglijke sensaties zonder dat deze er daadwerkelijk zijn.
Mentale beelden vormen voor veel mensen een manier om informatie te organiseren. Tegelijkertijd werkt dit bij iedereen anders. Het ene brein gebruikt graag plaatjes, het andere brein werkt liever met woorden, schema’s, logica of lichaamsgevoel.
Afantasie en hyperfantasie
- Aan de ene kant van het spectrum zit afantasie: (bijna) geen vrijwillige mentale beelden kunnen oproepen. Dat betekent niet dat iemand geen fantasie heeft, geen herinneringen heeft of niets kan bedenken. Het betekent vooral dat het hoofd niet vanzelf met “zintuiglijke film” komt.
- Aan de andere kant zit hyperfantasie: juist extreem levendige beelden. Voor sommige mensen voelt dat rijk en creatief. Voor anderen voelt het ook snel intens: alsof gedachten te hard op volume staan.
De meeste mensen zitten ergens in het midden. En belangrijk: iemand kan best sterke auditieve verbeelding hebben en tegelijk weinig visuele verbeelding, of andersom.
Zintuiglijke gevoeligheid bij autisme
Een onderzoeksteam verzamelde gegevens van 595 volwassenen met daarin een groep mensen met autisme en een ongeveer even grote groep mensen zonder autisme. Ze gebruikten vragenlijsten.
Resultaat:
- Mensen met meer autistische kenmerken rapporteerden gemiddeld minder levendige mentale beelden (zowel visueel als tactiel).
- In de groep met autisme kwam afantasie vaker voor dan in de groep zonder autisme.
Zintuiglijke gevoeligheid gaat niet alleen over “te veel”. Sommige mensen merken prikkels juist minder op en zoeken ze op: hard geluid, stevig drukgevoel, veel beweging. Veel mensen herkennen ook een mix: overgevoelig voor geluid en licht, maar ondergevoelig voor honger of pijn.
Omdat zintuigen zo’n grote rol spelen, lijkt het logisch om te denken: als prikkels sterker binnenkomen, dan worden mentale beelden misschien ook sterker.
Er bestaat een idee dat zintuiglijke gevoeligheid en mentale beelden misschien één mechanisme delen: een soort hyperreactiviteit in zintuiglijke hersengebieden. Als dat klopt, dan zouden mensen met sterke zintuiglijke gevoeligheid ook sterkere mentale beelden kunnen hebben. Of juist zwakkere, afhankelijk van hoe het systeem overprikkeling compenseert.
Maar in deze grote groep volwassenen vonden de onderzoekers nauwelijks een verband tussen zintuiglijke gevoeligheid en levendigheid van mentale beelden.
Met andere woorden: iemand kan enorm gevoelig zijn voor prikkels en toch weinig mentale beelden hebben. En iemand kan heel levendige mentale beelden hebben en toch relatief weinig zintuiglijke gevoeligheid ervaren.
Dit past bij iets dat veel mensen met autisme al kennen: één profiel kan tegelijk bestaan uit sterke detailwaarneming, intense prikkelverwerking, rationeel denken, weinig “mentale verbeelding” en juist veel interne woorden of concepten. Het brein kiest meerdere routes.
Drie nuttige inzichten:
- ‘Niet kunnen visualiseren’ is geen gebrek aan verbeelding: Iemand kan prima creatief, slim en gevoelig zijn zonder mentale plaatjes. Veel mensen denken in taal, in logische stappen, in patronen of in lichaamsgevoel. Dat kan heel effectief zijn, zeker bij complexe taken.
- Prikkelmanagement vraagt geen visualisatie: Bij zintuiglijke overbelasting helpen vaak concrete dingen: minder licht, minder geluid, structuur, pauzes, voorspelbaarheid, herstelmomenten. Dat werkt ook als het hoofd geen beelden oproept.
- Miscommunicatie ontstaat snel door aannames: In therapie, coaching en onderwijs duikt vaak de zin op: “Stel je even voor dat…”. Voor sommige mensen werkt dat direct. Voor anderen werkt het niet of het werkt zelfs averechts, omdat het voelt alsof er iets “moet” dat niet kan.
Als professionals en naasten dat verschil serieus nemen, ontstaat er minder frustratie en meer maatwerk.
Werkt ‘visualiseren’ voor iedereen?
Veel technieken in de psychologie gebruiken verbeelding. Denk aan:
- “Veilige plek” visualiseren;
- geleide meditatie met beelden;
- imaginaire exposure;
- herschrijven (een herinnering in gedachten anders laten aflopen).
Dit kan heel helpend zijn, maar niet iedereen kan dit. In plaats van “bedenk een rustige plek of zie het voor je”: focus op geluid (golven, regen), tast (warmte van een deken) of lichaamsreacties (schouders omlaag, adem langzamer).
- In plaats van “maak er een beeld van”: maak er een script van. Een reeks zinnen, een stappenplan of een dialoog.
- In plaats van “film in je hoofd”: gebruik een externe steun: een foto, een korte tekst, een object, een geur, een liedje.
Bij autisme kan dit extra belangrijk zijn, omdat prikkels soms moeilijk te filteren zijn. Een oefening die “innerlijk” intens wordt, kan dan juist extra energie kosten.
Hulpmiddelen
In werk en studie werken vaak deze strategieën goed:
- Extern geheugen: checklists, agenda-blokken, vaste sjablonen.
- Concrete stappen: niet “maak een verslag”, maar “verzamel punten → schrijf kopjes → vul per kopje drie zinnen”.
- Visuele steun buiten het hoofd: mindmap op papier, post-its, schema’s op een whiteboard.
- Sensorische ankers: vaste werkplek, vaste volgorde, herkenbare start- en stoprituelen.
- Energiebalans: prikkelrijke taken afwisselen met prikkelarme taken, inclusief echte herstelpauzes.
Heb ik veel fantasie?
Het lastige aan verbeelding is: je kunt het niet vergelijken met anderen. Je eigen binnenwereld voelt “gewoon”, omdat je er al je hele leven mee leeft. Daardoor blijft het gissen of je veel of weinig in beelden denkt. Je kunt tenslotte niet even meekijken in iemand anders hoofd.
Daar komt nog iets bij: mensen gebruiken dezelfde woorden voor heel verschillende ervaringen. Voor de één betekent “ik stel me iets voor” letterlijk een innerlijk plaatje. Voor een ander is het meer een script: een reeks stappen, zinnen of logische blokjes. En bij weer iemand anders zit verbeelding vooral in het lichaam: een spanning, ontspanning, een warm of onrustig gevoel.
Een praktische manier om zelf te signaleren:
- Herinneringen: zie je scènes, of komt er vooral een verhaal/feitenlijst/gevoel in het lichaam?
- Plannen: verschijnt er een beeld, of maak je vooral een stappenplan in woorden?
- Lezen: zie je een film, of blijft het vooral “tekst met betekenis”?
- Ontspanningsoefeningen: werkt visualiseren, of werken adem, muziek, druk (deken) en vaste zinnen beter?
Het helpt als je ontdekt hoe jouw brein het liefst werkt: beeld, taal, script, lichaam, of een mix.
Mijn brein maakt een film als ik nieuwe informatie moet verwerken. Taal is niet mijn sterkste punt. Vroeger wat ik minder goed in begrijpend lezen. Ik had plaatjes nodig om iets te leren en te onthouden. Muziek doet helaas nauwelijks iets met mij (het raakt zelden en dat is heel jammer). Voor anderen is muziek juist een anker. Stappenplannen helpen mij en ik heb vaak scripts vooraf bedacht. Dat kan rust geven als ik iets nieuws ga of moet doen wat spannend is. Anderen mensen met autisme verzetten zich juist tegen stappenplannen. Mijn voorbereidingen zijn altijd perfectionistisch. Iedereen is anders, maar met autisme is er altijd wel iets dat anders is dan de norm. Het helpt als je inzicht hebt in hoe jouw brein werkt.
Bronnen
-Taylor, R., Sumner, P., Singh, K. D., & Jones, C. R. G. (2026). Exploring the association between mental imagery, sensory sensitivity, and autistic traits in autistic and non-autistic adults.
Scientific Reports. https://doi.org/10.1038/s41598-026-38574-9
http://www.autsider.net/nl
Marlien Pijler Swelsen
Autisme specialist
Auteur
Ervaringsdeskundige
