Inleiding
Sinds mijn autisme diagnose in 2011 ben ik geboeid door de Theory of Mind ofwel de ToM. Het is een obsessie geworden omdat het zo pijnlijk is als men denkt dat je geen ToM hebt. Het misverstand dat iemand sociale vaardigheden en inzicht mist, egoïstisch of ongevoelig is. Dat hoor ik (ook) vaak terug van vrienden en/of familieleden van cliënten. Dat is pijnlijk en onmenselijk.
Elk mens ontwikkelt in zijn kindertijd de ToM. Vaardigheden die je nodig hebt in relatie tot jezelf en tot anderen. De ToM speelt een belangrijke rol in ons sociale leven. Zonder een sociaal leven kunnen we niet leven als mens.
De sociaal emotionele ontwikkeling van kinderen met autisme verloopt anders. Wij (mensen met autisme) verwerken informatie via een (iets) andere route. Dat wil niet zeggen dat we ongevoelig zijn of geen empathie hebben ontwikkeld. Het is anders en niet eens zo heel veel anders. We zijn geen “aliens”.
Mijn blogs zijn geschreven vanuit het perspectief van, en bedoeld voor, mensen met een gemiddelde tot hogere intelligentie.
In dit blog
- Wat is de Theory of Mind (ToM)?
- Hoe ontwikkelt zich de ToM?
- Waarom is ToM belangrijk?
- Informatieverwerking en ToM
- Waarom is Theory of Mind belangrijk?
- Onderzoek autisme en Theory of Mind
- Kan iemand met autisme zijn ToM (sociale vaardigheden) verbeteren?
- Mijn ervaringen met ToM
Bijlage:
Welke gebieden in de hersenen zijn betrokken bij de ToM?
Wat is de Theory of Mind?
De ToM is het vermogen om je in de ander te verplaatsen en om het gedrag van de ander te kunnen begrijpen, voorspellen en verklaren. Als dit vermogen minder goed is ontwikkeld is, begrijp je jezelf en anderen minder goed. Sociale situaties kunnen dan lastig voor zijn.
Soms worden opdrachten, informatie en vragen niet helder geformuleerd, waardoor het aan iemands verbeeldingskracht wordt overgelaten om ze te interpreteren.
Iemand met autisme is niet altijd in staat om deze ontbrekende informatie zelf aan te vullen vanuit hun verbeelding of fantasie. Mensen met autisme hebben behoefte aan complete, concrete informatie of opdrachten. Sarcasme en grapjes worden vaak pas later begrepen.
Communicatieproblemen komen relatief vaak voor bij autisme. De ToM hoeft echter niet altijd beperkend te zijn bij autisme. Volwassenen met autisme kunnen er meestal beter mee omgaan dan toen ze nog jong waren.
Mensen zonder autisme (neurotypisch) hebben vaak moeite om zich in iemand met autisme te kunnen verplaatsen. Er kan onderlinge spanning en onbegrip en irritatie ontstaan in de thuis en werk situatie.
Onderzoekers Apperly en Butterfill (2009) stelden voor dat er twee vormen van Theory of Mind zijn: spontaan en analytische empathie.
- Spontane empathie
Het vermogen om te voelen of denken wat iemand anders voelt. Bijvoorbeeld als iemand verdrietig is, dat je zelf ook verdrietig wordt.
Spontane Theory of Mind (ToM) houdt in dat men zich automatisch verplaatst in het perspectief van een ander, zonder dat hier expliciet om wordt gevraagd. Bijvoorbeeld, wanneer iemand een man van zijn fiets ziet vallen, ontstaat vrijwel direct empathie en de neiging om te hulp te schieten. Volwassenen met autisme en een normale intelligentie reageren hier vaak spontaan op, omdat ze door ervaring weten dat het pijn doet, ook als ze dit zelf niet voelen. Ingewikkelder is het als een ander psychisch nood of pijn heeft en er niet zo duidelijk over is, ofwel de context niet helder is.
Een collega vertelde mij bijvoorbeeld dat ze een moeilijk weekend had gehad waarin ze zich eenzaam had gevoeld. Mijn reactie was gericht op een oplossing (je had kunnen gaan wandelen of sporten zoals ik dat doe). Dat sloot niet aan bij waar ze behoefte aan had en ze reageerde geïrriteerd. Inmiddels weet ik dat ze geen oplossing wilde, maar wat dan wel? Spontaan haar fysiek of mentaal troosten kon ik niet omdat mij dat zo zinloos leek (en eigenlijk nog steeds zo voelt). Spontane empathie is minder aanwezig bij mensen met autisme.
- Analytisch empathie
Dit is het vermogen om te begrijpen wat iemand denkt of voelt. Bij analytische empathie komen geen emoties kijken.
Dit is een langzamer en meer weloverwogen proces dat je bewust kunt inzetten, maar dat daarom ook meer energie kost.
Dat noem ik “de knop” aanzetten van “nu verplaatsen in de ander”. Ik zet dat bewust in als ik hoor of zie dat het om een serieuze of ernstige situatie gaat.
Mensen met autisme zijn vaak goed in cognitieve empathie. In de maatschappij wordt meer waarde gehecht aan spontane empathie. Dat is raar omdat je cognitieve empathie nodig hebt om tot oplossingen te komen (mocht een oplossing nodig zijn).
Het gemis van spontane empathie vraagt om geduld van collega’s of partners. Geduld omdat het soms even duurt voordat een adequate reactie komt. Dat is dan wel een reactie waar je mogelijk mee verder komt.
Weetje
Geschiedenis: Premack en Woodruff (1978) introduceerden de term “theory of mind” als de cognitieve vaardigheid aan jezelf en aan anderen gedachten, gevoelens, ideeën en intenties toe te schrijven en op basis daarvan te anticiperen op gedrag van anderen.
Hoe ontwikkelt zich de ToM?
- Perner en Wimmer (1985) (first-order-belief-false-belief- second-order belief-
De ontwikkeling verloopt chronologisch via de volgende fasen:
- Vroege basis (0 - 2 jaar)

- Gezamenlijke aandacht: Baby's leren kijken naar hetzelfde object als de verzorger (joint attention).
- Intentiebegrip: Rond 14 maanden begrijpen kinderen het verschil tussen opzettelijk en per ongeluk gedrag.
- Imitatie en emotieherkenning: Dreumesen spiegelen gedrag en reageren op de emotionele gezichtsuitdrukkingen van anderen.
- Begrip van verlangens en perspectieven (2 - 3 jaar)

- Uiteenlopende verlangens: Het kind leert dat iemand anders iets anders leuk of lekker kan vinden dan zijzelf (desire)
Voorbeeld: "Ik hou van appels, maar mama wil liever een banaan."
- Perspectief: Ze beseffen dat als zij hun ogen dichtdoen, de ander nog wel gewoon kan zien.
- Naast elkaar spelen en kijken naar de ander
- Kennistoegang en vroege overtuigingen (3 - 4 jaar)

First-order-belief
- Toegang tot kennis: Kinderen snappen dat als iemand niet in een doos heeft gekeken, diegene de inhoud niet kan weten.
Het kind begrijpt dat mensen andere ideeën over de werkelijkheid hebben. Voorbeeld: "Ik denk dat de kat buiten is, maar papa denkt dat hij op zolder zit."
- Praten over mentale toestanden: Woorden als denken, weten en hopen worden actief gebruikt.
- Door rollenspel en doen alsof ontwikkelen ze ToM.
- De False-Belief doorbraak (4 - 5 jaar)

- Onjuiste overtuigingen: Dit is de grootste mijlpaal. Kinderen slagen nu voor de klassieke False-Belief test.
- Klassiek voorbeeld: Als pop A een snoepje van de trommel naar de doos verplaatst terwijl pop B weg is, begrijpt een 4-jarige dat pop B straks toch eerst in de trommel zal zoeken. Een 3-jarige denkt nog dat pop B magisch weet dat het snoepje in de doos ligt.
- Het kind snapt dat iemand anders er volledig naast kan zitten. Voorbeeld: In de bekende "Sally-Anne test" legt Sally een pop in een mand en loopt weg. Anne legt de pop in een doos. Een kind met ToM snapt dat Sally bij terugkomst in de mand zal zoeken, omdat Sally de verplaatsing niet heeft gezien.
- Gevorderde ToM en verborgen emoties (5 - 7+ jaar)

- Second-order beliefs: Het vermogen om te denken over wat iemand anders denkt dat een derde persoon denkt.
- Verborgen emoties: Kinderen begrijpen dat iemand aan de buitenkant kan lachen, maar van binnen verdrietig kan zijn.
- Sociale nuances: Het herkennen van ironie, sarcasme, subtiele leugens en sociale misstappen (faux pas).
- Het kind leert dat de buitenkant en binnenkant van een persoon kunnen verschillen. Voorbeeld: Begrijpen dat een vriendje glimlacht om stoer te doen, maar stiekem heel verdrietig is.
Welke factoren hebben invloed op de ontwikkeling van de ToM?
- Taalontwikkeling: Veel praten over gevoelens en gedachten versnelt het sociale begripsvermogen.
- Broertjes en zusjes: Kinderen met oudere brussen ontwikkelen hun ToM vaak sneller door constante sociale conflicten en onderhandelingen.
- Neurodivergentie: Bij kinderen een autismespectrumstoornis (ASS) kan de ToM-ontwikkeling trager of op een alternatieve manier verlopen.
Informatieverwerking en ToM
Je kunt Theory of Mind zien als drie stappen: waarnemen, verwerken, en vervolgens een inschatting vormen over de ander.
Mensen met autisme kunnen situaties vaak goed inschatten, maar verwerken informatie anders. Het gaat goed als sociale signalen duidelijk zijn. Bij complexe situaties of onduidelijke context wordt het lastiger en voelt het voor velen als raden.
Het draait vooral om voldoende betrouwbare data waarmee je iets nuttigs kunt doen, niet zozeer om het begrijpen van gevoelens.
1. Spontane versus analytische ToM
Waar neuro typische kinderen (zonder autisme) sociaal-emotionele signalen (zoals een blik of lichaamshouding) automatisch en intuïtief oppikken, gebeurt dit bij autisme vaak via een bewust leerproces.
- Het verschil:
Iemand met autisme kan via logica en analyse prima beredeneren wat een ander voelt of denkt. Echter, in de dagelijkse praktijk – waarin sociale situaties snel wisselen en onvoorspelbaar zijn – ontbreekt vaak de tijd om deze ingewikkelde berekening snel te maken.
- Hersenactiviteit: Neurologisch onderzoek toont aan dat bij autisme tijdens sociale taken de temporopariëtale junctie (het hersengebied voor spontane ToM) minder activiteit vertoont.
2. De invloed van Zwakke Centrale Coherentie
De cognitieve theorie van de Centrale Coherentie stelt dat het autistische brein sterk is gericht op details in plaats van het grote geheel.
- Om te begrijpen wat iemand anders denkt, moet je alle losse puzzelstukjes (de context, de toon, de gezichtsuitdrukking en eerdere ervaringen) direct samenvoegen.
- Doordat een brein met autisme alle details los registreert, is het veel complexer om de achterliggende sociale intentie snel te overzien.
3. Executieve functies en flexibiliteit
Executieve functies zijn de "regiekantoren" van ons brein, verantwoordelijk voor planning, emotieregulatie en cognitieve flexibiliteit. Bij autisme werken deze functies vaak anders.
- Om je in een ander te verplaatsen, moet je jouw eigen perspectief tijdelijk kunnen parkeren of remmen (inhibitie) en soepel kunnen schakelen (flexibiliteit) naar het standpunt van de ander.
- Als dit schakelen tussen perspectieven stagneert, blijft het kind of volwassene sneller hangen in de eigen logica of waarneming.
4. Taalgebruik en letterlijkheid
De ToM-ontwikkeling leunt sterk op communicatie. Mensen met autisme nemen taal vaak zeer letterlijk.
- Sociale interactie zit vol met figuurlijk taalgebruik, sarcasme, ironie en verborgen hints.
- Als iemand zegt: "Wat een heerlijk weertje" terwijl het stormt, registreert het brein de letterlijke betekenis. Het vereist een extra, bewuste denkstap om te ontcijferen dat de spreker eigenlijk gefrustreerd is.
Waarom is Theory of Mind belangrijk?
Het hebben van een sterke Theory of Mind speelt een belangrijke rol in onze sociale wereld als je wilt proberen te begrijpen hoe mensen denken, hun gedrag te voorspellen, sociale relaties aan te gaan en interpersoonlijke conflicten op te lossen. Om met anderen om te gaan, is het belangrijk om hun mentale toestand te begrijpen en te na te denken hoe die mentale toestand hun gedrag beïnvloedt. Met Theory of Mind ben je in staat om de bedoelingen van anderen af te leiden en na te denken over wat er in de hoofden van anderen omgaat, inclusief hun hoop, angsten, overtuigingen en verwachtingen. Sociale interacties kunnen complex zijn. Door ideeën te krijgen over wat anderen denken, ben je beter instaat om goed te reageren op de ander.
Wanneer je ToM minder goed ingezet kan worden heeft dat gevolgen. Hieronder staan daarvan een aantal voorbeelden.

Onderzoek autisme en Theory of Mind
De werking van de hersenen is zeer complex en wetenschappers weten nog steeds niet alles. In de nabije toekomst zal dit wellicht veranderen. Autisme is een informatieverwerkingstoornis.
In een recente open-access meta-analyse werden 18 fMRI-studies naar Theory of Mind bij autisme samengevoegd. De onderzoekers keken niet alleen naar “welk hersengebied licht op”, maar vooral naar welke netwerken samenwerken tijdens ToM-taken.
Je begint met waarnemen: wat gebeurt er precies? Wat zie ik, hoor ik, lees ik? Daarna komt interpretatie: wat betekent dit in deze context?
Dan volgt de stap waar ToM echt zichtbaar wordt: je maakt een aanname over de ander.
Die ander kan iets niet weten wat jij wel weet.
Die ander kan iets bedoelen wat niet letterlijk gezegd wordt.
Die ander kan zich anders voelen dan jij zou verwachten.
En dan komt nog iets belangrijks: je controleert je aanname.
Klopt dit wel?
Moet ik doorvragen?
Is dit sarcasme, grap, irritatie, of gewoon… een rare zin?
ToM is dus niet alleen “de ander begrijpen”. Het is ook prikkels filteren, details wegen, context meenemen, tempo kiezen, en onzekerheid verdragen. En precies daar kan autisme het verschil maken: niet per se in de eindconclusie, maar in hoeveel werk het kost om daar te komen (hoeveel RUIS is er).
Veel mensen met autisme kunnen prima perspectief nemen. Ze kunnen heel scherp aanvoelen wat iemand bedoelt. Ze kunnen zelfs extra gevoelig zijn voor spanning of oneerlijkheid. Maar ze doen dat soms op een andere manier: bewuster, analytischer, en met meer behoefte aan duidelijke informatie. Of ze merken juist heel veel tegelijk op, waardoor de ruis toeneemt.
Veel mensen met autisme hebben last van die RUIS waardoor hun ToM niet altijd goed ingezet kan worden of minder goed is ontwikkeld (afhankelijk van de ernst van het autisme.
TPJ staat voor temporopariëtale junctie (temporo-parietal junction) en bevindt zich aan de zijkant van het brein. Dit hersengebied is betrokken bij perspectief nemen, intenties inschatten en onderscheid maken tussen je eigen kennis en die van anderen.
Uit de meta-analyse blijkt dat bij autisme sommige hersengebieden, zoals de thalamus en de precuneus, sterk verbonden zijn binnen het netwerk.
De thalamus kun je zien als een soort schakelstation. Veel zintuiglijke en interne signalen passeren daar. Als je brein moet bepalen: wat is belangrijk en wat is ruis, dan speelt die schakelaar een grote rol. Bij autisme krijgt die filtervraag in het dagelijks leven vaak extra gewicht: je kunt meer details binnenkrijgen, of juist meer last hebben van onverwachte prikkels, of sneller overbelast raken. Dan is het logisch dat een netwerk tijdens sociale puzzels sterker leunt op schakelen en selecteren.


Thalamus: regelkamer binnenkomende signalen


Insula
De belangrijkste taak van de insula (eilandkwab) is het koppelen van lichamelijke signalen en zintuiglijke prikkels aan onze emoties en het bewustzijn. De insula ligt diep verborgen in de hersenen en werkt als een soort schakelstation dat ervoor zorgt dat we voelen wat er in ons lichaam gebeurt
De precuneus is een gebied dat vaak betrokken is bij het koppelen van informatie aan jezelf: perspectief nemen, mentale scènes maken, jezelf in een situatie plaatsen, context vasthouden.
In normale taal: het helpt je om een innerlijk “situatieplaatje” te bouwen.


Precuneus: Koppelen van informatie over jezelf
Dit alles bewijst niet dat autisme één vaste “ToM-route” heeft. Maar het suggereert wel dat mensen met autisme bij ToM-taken relatief sterk steunen op schakelen, integreren en context bouwen (ofwel analyseren, nadenken “puzzeltijd”).
Waar zit het verschil tussen mensen met autisme en mensen zonder autisme (neuro typisch)?
In de contrastanalyses zagen de onderzoekers dat sommige gebieden in neuro typische hersenen vaker of sterker gekoppeld waren dan bij autistische. Het ging onder andere om delen van het limbische systeem (waaronder de rechter thalamus en gebieden die vaak meedoen in emotie- en motivatieprocessen), en om temporale gebieden zoals de inferieure temporale cortex.
Ook de STS kwam in de conclusies terug als een gebied dat bij autisme minder waarschijnlijk betrokken was.
De STS is belangrijk voor het herkennen van sociale signalen zoals beweging, gezichten, blikrichting en stemintonatie. Wanneer de sociale signaalverwerking minder consistent functioneert, vereist het verkrijgen van dezelfde informatie uit de omgeving doorgaans een grotere inspanning van de betrokkene.
Dit soort bevindingen gaan over gemiddelden over groepen. Je kunt dus niet zeggen: “bij autisme werkt gebied X minder.” Wanneer meerdere studies worden geanalyseerd, blijkt dat bepaalde routes minder frequent voorkomen binnen de groep met autisme.
Kan iemand met autisme zijn ToM (sociale vaardigheden) verbeteren?
Lang is gedacht dat je een kind met autisme kunt leren een betere ToM te krijgen. Toen bleek dat je kinderen wel iets kan leren, maar dat ze de transfer niet maken naar andere situaties. Wat we nu weten over de hersenen is het goed te verklaren waarom je de ToM nooit helemaal kunt “repareren”. Dat hoeft ook niet. Een kind met autisme leer je sociale vaardigheden die het nodig heeft om te functioneren op school en in het gezin. Dat is soms al een hele grote uitdaging.
Aan kinderen worden ToM trainingen gegeven. Dit heb ik zelf ook gedaan (Pim Steerneman 2012). Mits goed gegeven zijn trainingen zinvol als dit doorgetrokken wordt in het dagelijkse leven gedurende een langere tijd. Het kind wordt niet minder autistisch, maar krijgt wel oefeningen om de ToM te oefenen en ermee te leren omgaan. Bijvoorbeeld het kind leert hoe het kan omgaan met een ander kind dat in zijn beleving oneerlijk een spel speelt (word je heel erg boos of vraag je hulp van een volwassenen of lukt het om zelf een gesprekje aan te gaan). Elk kind is anders en de een kan de transfer wel maken naar andere situaties en de ander niet. De grootste winst is dat hulpverleners en ouders bewust inzetten op het ondersteunen van het kind in de ontwikkeling van de ToM en krijgen handvatten mee hoe te handelen om zo goed mogelijk te ondersteunen.
Mijn vaardigheden zijn verbeterd door levenservaring. De kern van het probleem is niet veranderd. Ik moet nog steeds vaak “omdenken of snel analyseren”. Ik ben grapjes en sarcasme niet beter gaan begrijpen dan vroeger. Wat ik wel beter kan is mij er niets van aantrekken als ik iets niet meteen goed heb begrepen. Het is niet erg als ik mij onhandig voel. Ik durf nu ook beter te vragen als ik iets niet meteen begrijp en als ik iets letterlijk heb genomen kan ik er de humor van inzien. Als ik niet meteen iemand heb getroost met de juiste gebaren dan is dat heel jammer, maar ik weet dat mijn intenties altijd goed zijn.
Belangrijk is dat vrienden, collega’s en familie er rekening mee kunnen en willen houden dat de ToM soms even tijd nodig heeft. Hoe moeilijk kan dat zijn? Voor kinderen met autisme is het van belang dat ze op school begrijpen wat het kind nodig heeft en hierop in willen zetten.
Rekening houden met de ToM
Wanneer je opmerkt dat de beperkingen vanuit de ToM een rol spelen in het contact dat je hebt met collega’s, partner en vrienden dan kan je hier rekening mee houden. Belangrijkste is dat je het signaleert en het de ander, als je wilt, laat weten. Dit vergt in het begin oefening, maar het is mogelijk dit te ontwikkelen. Je autisme wordt niet minder, maar je leeft gemakkelijker. Helaas kan je niet verwachten dat iedereen begrijpt wat autisme is. Dat is de realiteit. Onbegrip zal blijven bestaan. Erger je niet aan mensen die autisme niet begrijpen.
Je ToM kan door meerdere oorzaken minder goed werken.
Bijvoorbeeld:
Schakeltijd
- Als je even hebt even tijd nodig om de mening van de ander te verwerken en te bedenken wat jouw mening is.
-Als je even tijd nodig om hetgeen de ander je vertelt te verwerken in wat precies wordt bedoeld. Met name bij informatie die je niet eerder hebt gehoord.
Overprikkeling
- Als je denk en doe blokkades hebt waardoor actief luisteren minder goed lukt.
- Als je door de drukte om je heen niet goed kunt luisteren.
Letterlijk nemen van taal
-Als het lastig is om grapjes, ironie of sarcasme ts herkennen.
-Als feedback negatief ontvangen wordt, ook als het positief is bedoeld.
Voorspellen of verbeelding
-Als je oplossingen die abstract zijn niet meteen kunt voorstellen (geen beeld van kunnen maken)
- Als je niet meteen kunt bedenken wat je reactie met de ander doet.
Handvatten
Onderstaande handvatten zijn slechts een paar voorbeelden. Het gaat erom dat je kan signaleren wat er in jouw hoofd en gevoel gebeurt en dat je dit leert te benoemen op een assertieve manier. Mensen met autisme die geleerd hebben assertief te reageren gaan prettiger door het leven. Hiervoor is nodig dat je goed weet hoe het autisme zich bij jou uit en dat jij je hier niet voor schaamt.
Wat kan je signaleren?
Geef aan wanneer je het gesprek niet goed kunt volgen. Wees hier niet beschaamd over. Zeg eerlijk wat er in je omgaat, bijvoorbeeld: "Ik kan het even niet volgen, kun je nog eens herhalen wat je net vertelde?"
Als je merkt dat je even vastloopt in je denken, geef dan aan dat je er later op terug wilt komen.
Kom je niet goed uit je woorden benoem dat dan “ik wil iets zeggen maar kan nu even de woorden er niet voor vinden, maar ik kom erop terug”.
Als je merkt dat iets je triggert omdat je een andere mening hebt, kun je bijvoorbeeld zeggen: "Ik respecteer je mening, maar ik denk er anders over."
Oefen stap voor stap: start met signaleren en noteer situaties waarin dit voorkomt. Gebruik een signaleringsplan om overzicht te krijgen. Daarna benoem je wat je opmerkt en beschrijf je de reacties.
Mijn ervaringen met ToM
Op het werk kreeg ik vaker te horen dat mijn sociale vaardigheden onvoldoende waren, maar dat mijn werk met de cliënten goed was. Cliënten vond ik prettiger in de omgang dan die met collega’s. Wel had ik moeite met de grote hoeveelheid aan prikkels. Bijvoorbeeld: collega’s vonden het prettig om te werken met een radio geluid op de achtergrond. Dat kon ik niet verdragen en een aantal cliënten ook niet. Steeds draaide ik het volume een beetje terug, maar collega’s begrepen het niet en draaide de knop weer open. Uiteindelijk kon ik zo pissig worden dat ik demonstratief de radio uit het stopcontact trok. Oei, dat was niet goed voor de samenwerking.
In die tijd had ik de diagnose ASS nog niet en wist ik zelf niet waarom ik zo pietluttig deed over radiogeluiden. Ik begreep dat collega’s de muziek prettig vonden, maar ik begreep niet waarom ik anders was. Zo kan ik ook niet tegen smakgeluiden. In mijn hoofd knapt er dan iets en dan word ik vervelend. Ik begrijp dat dit overdreven reacties zijn, maar niemand lijkt te begrijpen dat mijn hoofd agressief ontploft. In die tijd wist ik niet dat misofonie bestond. Onder het samen eten raakte ik regelmatig geïrriteerd, maar kon niet uitleggen wat er in mijn hoofd gebeurde. In teamoverleg at iemand altijd smakkend een tomaat en ik hoorde vervolgens niets meer van het overleg. Alle concentratie ging naar het uitschakelen van het geluid en de ergernis waarom ik er zoveel last van had.
In de pauzes kletste iedereen door elkaar en werden er veel grappen gemaakt. Die sfeer vond ik lastig en wilde ik het liefst ontlopen al begreep ik niet waarom. Grappen vond ik vaak flauw en dom en soms zei ik dat ook. En dan voelde ik mij weer afwijkend omdat ik niet de lol ervan inzag. Alsof ik dat met opzet niet wilde.
In teamvergaderingen was ik ongeduldig omdat er vaak omheen werd gepraat. Ik was direct en benoemde meteen de pijnpunten in het functioneren van het team. Daarin was ik anders dan mijn collega’s. Soms kreeg ik er waardering voor, maar vaak ook vond men mij niet prettig in de communicatie.
Op mijn werk vroeg ik vaak om duidelijkheid. Men ging ervan uit (in sommige teams) dat ik manipuleerde. Ik moest het toch begrijpen met mijn intelligentie was de redenering. Natuurlijk was ik niet aan het manipuleren en dan was ik de wanhoop nabij en kreeg het niet uitgelegd.
Ik compenseerde door keihard te werken en allerlei trajecten en modules uit te werken waarvoor ik complimenten kreeg. Nu weet ik dat dit compenseren is, maar in die tijd begreep ik niet waarom ik altijd de beste moest zijn. Ik stak boven het maaiveld uit en soms was ik de klokkenluider. Dat voelde nooit goed.
Na een werkdag ging ik jarenlang meteen naar de fitness en was daar anderhalf uur dagelijks aan het sporten. Waarom ik zo fanatiek was? Zo kwam ik moe en voldaan thuis in plaats van zwaar overprikkelt.
Door werkstress en afleiding kon ik niet optimaal presteren in een team. Sfeer in een team beïnvloedde mij sterk. Ik moest overal iets van vinden en het moest kloppen. Zo probeerde ik controle te krijgen over de chaos in mijn hoofd.
Op dit moment ervaar ik (nog steeds) uitdagingen in het interpreteren van sarcasme, en humor die door anderen wordt gewaardeerd, roept bij mij doorgaans geen glimlach op. Regelmatig merk ik dat ik iets letterlijk heb opgevat terwijl dat niet zo was bedoeld.
Sinds mijn bedrijf is gestart groeit mijn zelfvertrouwen en de ToM vaardigheden. Ik ben minder direct en toon meer begrip en geduld. Dat kan omdat ik niet meer in een groot team werk. Er is geen prestatiedruk. Ik heb een prachtige rustige werkplek.
Natuurlijk heb ik een uitstekende (cognitief) ToM en autisme en volgens onderzoek in 2013 ccptss (grotendeels in remise). Het voordeel van mijn autisme is dat ik altijd ben blijven geloven in mijn kracht. Gewoon doorgaan.
Toen ik jong was, heb ik nooit geleerd om mijn Theory of Mind-vaardigheden te ontwikkelen. Dat lukte me pas in de afgelopen tien jaar. In mijn kindertijd was het heel gewoon om niet over gevoelens of gedachten te praten. Af en toe werd ik uitgedaagd om toch iets te vertellen of mijn mening te geven, maar vaak zei ik alleen: “Dat weet ik niet.” Dat antwoord gebruikte ik als uitvlucht, omdat nadenken en analyseren over wat er in mijzelf en bij anderen gebeurde erg ingewikkeld voor me was. Bij kinderen met autisme acht ik het extra belangrijk om wel te oefenen met het uiten van gedachten en gevoelens. Dat kan op een hele fijne plezierige manier. De ToM is aanwezig, maar komt te veel aan hindernissen tegen om meteen ingezet te kunnen worden (informatieverwerking). Oefenen is beter dan er helemaal geen aandacht aan te geven. Hersenen zijn plastisch en daarom is juist die kindertijd zo belangrijk. Al zal een kind nooit opeens geen autisme meer hebben door het oefenen van de ToM vaardigheden.
Bijlage:
Welke gebieden in de hersenen zorgen voor de ToM?
Onze hersenen doen natuurlijk niets anders dan informatie verwerken zodat ons lichaam optimaal kan functioneren.
Belangrijkste taken van de hersenen
- Zintuiglijke verwerking: Het brein vertaalt signalen van je ogen, oren, neus, tong en huid naar beelden, geluiden, geuren, smaken en tastgevoel.
- Aansturen van beweging: Zowel bewuste bewegingen (zoals fietsen of praten) als onbewuste bewegingen worden door de hersenen gecoördineerd.
- Reguleren van vitale functies: Automatische processen zoals je ademhaling, hartslag, bloeddruk en lichaamstemperatuur worden constant aangestuurd.
- Denken en geheugen: Logisch nadenken, problemen oplossen, herinneringen opslaan en taal begrijpen gebeuren in de hersenschors.
- Emoties en gedrag: Het brein bepaalt hoe we ons voelen, reageert op stress en stuurt onze persoonlijkheid en sociale interacties aan.
Het Theory of Mind (ToM) netwerk in de hersenen, is een specifiek netwerk van samenwerkende hersengebieden dat ons in staat stelt om gedachten, gevoelens, intenties en overtuigingen aan onszelf en anderen toe te schrijven. Dit netwerk stelt de mens in staat om het gedrag van een ander te begrijpen, te voorspellen en hier sociaal adequaat op te reageren.
Kerngebieden van het ToM-netwerk
Neurowetenschappelijk fMRI-onderzoek toont aan dat het ToM-netwerk bestaat uit een aantal vaste, met elkaar verbonden anatomische gebieden:
- Temporopariëtale junctie (TPJ): Gelegen op het kruispunt van de temporale en pariëtale kwab. De bilaterale TPJ (zowel links als rechts, maar met name de rechterkant) is de absolute spil voor het nadenken over de specifieke inhoud van andermans gedachten en overtuigingen.
- Mediale prefrontale cortex (mPFC): Gelegen aan de binnenzijde van de frontale kwab. Dit gebied is met name actief bij het abstracter redeneren over sociale betekenissen, karaktereigenschappen en het integreren van sociale informatie over langere tijd.
- Precuneus/ Posterior cingulate cortex (PCC): Gelegen in het midden-achterste deel van de hersenen. Dit deel helpt bij het ophalen van autobiografische herinneringen en het visueel voorstellen van het perspectief van een ander.
- Temporale polen: De voorste punten van de temporale kwabben. Deze gebieden fungeren als een database voor sociaal-conceptuele kennis, zoals sociale scripts en normen.
Overlap met het Default Mode Netwerk (DMN)
Het ToM-netwerk vertoont een opvallend grote anatomische overlap met het Default Mode Netwerk (DMN). Het DMN wordt actief wanneer we niet extern gefocust zijn, maar intern reflecteren (zoals bij dagdromen, herinneringen ophalen of nadenken over de toekomst). Omdat het verplaatsen in een ander ook een vorm van interne, cognitieve simulatie (introspectie) is, gebruikt het brein grotendeels dezelfde fysiologische infrastructuur.
Klinische relevantie
Wanneer de functionele connectiviteit (de communicatie) binnen dit netwerk afwijkt, heeft dit directe gevolgen voor de sociale interactie:
- Autisme (ASS): Bij mensen met autisme is de spontane activatie of onderlinge synchronisatie binnen het ToM-netwerk vaak anders georganiseerd, waardoor het intuïtief aanvoelen van andermans onuitgesproken intenties meer cognitieve denkkracht kost.
- Neurologische schade: Schade aan de rechter TPJ of de mPFC door bijvoorbeeld een beroerte kan leiden tot het wegvallen van het vermogen om sarcasme, ironie of subtiele sociale cues te begrijpen.
Bij autisme werkt het Theory of Mind (ToM) netwerk neurobiologisch anders op het vlak van samenwerking, activatieniveau en informatieverwerking. Onderzoekers spreken tegenwoordig niet van een "defect", maar van een atypische connectiviteit en een andere cognitieve strategie.
De belangrijkste verschillen in het autistische brein met betrekking tot ToM zijn:
1. Functionele onderconnectiviteit (Lange afstanden)
- Minder synchrone communicatie: De hersengebieden binnen het ToM-netwerk (zoals de mPFC aan de voorkant en de TPJ aan de achterkant) communiceren minder synchroon met elkaar. Deze frontoposteriore onderconnectiviteit zorgt ervoor dat sociale informatie van verschillende hersengebieden minder snel tot één logisch geheel wordt gesmeed.
2. Lokale overconnectiviteit (Korte afstanden)
- Hyper-focus op details: Terwijl de langeafstandsverbindingen minder efficiënt zijn, is er vaak sprake van een lokale overconnectiviteit binnen specifieke gebieden. Dit verklaart waarom iemand met autisme heel snel micro-details opmerkt (zoals een specifieke gezichtsuitdrukking of een woordkeuze), maar moeite kan hebben om de grotere sociale context direct te overzien.
3. Verminderde spontane activatie
- Geen automatische piloot: Bij neurotypische mensen licht het ToM-netwerk spontaan en intuïtief op zodra er een ander mens in de kamer is. Bij autisme gebeurt dit veel minder automatisch. Het brein moet het ToM-netwerk vaak bewust en via een omweg aansturen, wat veel mentale energie kost.
4. Inzet van alternatieve netwerken (Compensatie)
- Visueel en logisch redeneren: fMRI-scans tonen aan dat wanneer mensen met autisme een ToM-taak uitvoeren, zij vaker visuele hersengebieden (zoals de occipitaalkwab) en structuren voor logisch schakelen gebruiken.
- Sociale calculus: In plaats van het intuïtief aanvoelen van een emotie, gebruikt het autistische brein vaker cognitieve analyse (bepalen wat de ander denkt via logische regels en eerdere ervaringen).
5. De rol van de STS (Superieure Temporale Sulcus)
- Sociale signaalverwerking: De STS helpt bij het direct decoderen van blikrichting, stemintonatie en lichaamstaal, laat bij autisme minder consistente activiteit zien. Hierdoor mist het ToM-netwerk de 'grondstoffen' (de sociale cues) om snel te bepalen wat de ander bedoelt.
Bronnen:
Li, H., Wang, Y., Chang, L., Yi, L., Siu, L. N., & Zhang, J. (2026). Specific brain activity during theory of mind tasks in autistic individuals: A meta-analysis of fMRI studies. PsyCh Journal, 15, e70060. https://doi.org/10.1002/pchj.70060
Voor dit blog heb ik (deels) een blog gebruikt van Autsider. http://www.autsider.net/nl Ik heb toestemming gevraagd en gekregen om hun blogs (deels) te gebruiken.
Hoe kunnen mensen met autisme zichzelf zijn? | EOS Wetenschap
Volwassenen met ASS vertonen andere hersenactiviteit tijdens Theory of Mind — Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen — Universiteit Gent (ugent.be)
‘Theory of mind’ - hypothese 2.0 | Participate autisme (participate-autisme.be)
https://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S2213158218300512How and where: Theory-of-mind in the brain - ScienceDirect
Pim Steerneman Tom Training: Leren denken over denken en lerne begrijpen van emoties
Premack, D., & Woodruff, G. (1978). Heeft de chimpansee een theorie van de geest?
Şahin, B., Bozkurt, A., Usta, MB, Aydın, M., Çobanoğlu, C., en Karabekiroğlu, K. (2019). Theory of mind: ontwikkeling, neurobiologie, aanverwante gebieden en neurologische ontwikkelingsstoornis.
Siegel, Daniel J. (2010). Mindsight: De nieuwe wetenschap van persoonlijke transformatie.
Wellman, Henry M. (2017). De ontwikkeling van de Theory of Mind: historische reflecties.
Wimmer, H., & Perner, J. (1983). Overtuigingen over overtuigingen: Representatie en beperkende functie van onjuiste overtuigingen in het begrip van misleiding bij jonge kinderen.
Uta Frith/Simon Baron Cohen
