Slide background

Autisme Praktijk Alice

Autisme Coaching

Acceptance and Commitment Therapy (ACT)

Creatieve Therapie

Grip op overprikkeling

Afbeelding: De hersenen met neuronenbanen gemaakt met DTI.

Inleiding: Sensorische informatieverwerking

Sensorische informatieverwerking is het vermogen om informatie vanuit de wereld om ons heen en vanuit ons lichaam op te nemen, te selecteren en de verschillende stukjes informatie met elkaar te verbinden zodat wij er op de juiste manier op kunnen reageren.

De informatie vanuit ons lichaam verzamelen we met behulp van onze zintuigen. Wanneer we met onze zintuigen iets zien, voelen, ruiken, proeven of horen, noemen we dat waarnemen. Vaak is zo’n waarneming aanleiding voor ons om iets te doen of juist niet te doen. Maar ook bij dagelijkse activiteiten zoals eten en aankleden, maken we gebruik van de informatie van deze waarnemingen.

“In mijn hoofd zitten geen bedradingen, filters, computer onderdelen of blokjes!”.

Aan mensen met autisme wordt vaker de uitleg gegeven dat “de bedradingen niet goed is” of “het filter is kapot” of “de blokjes liggen niet goed”. Als persoon met een diagnose in het autisme spectrum kon ik hier geen genoegen mee nemen. Ik vond de uitleg te abstract en absurd.

Iedereen kan overprikkelt raken. Daar hoef je echt geen autisme voor te hebben. Toch is er een verschil van overprikkelt raken met en zonder autisme. In mijn lezingen en in mijn praktijk leg ik dat regelmatig uit omdat hier vaak vragen over zijn.

In de literatuur wordt er veelal geschreven over overprikkeling bij kinderen en volwassenen met een verstandelijke beperking en autisme. Bij deze doelgroep is de overprikkeling meestal ernstig doordat ze verbaal en non verbaal niet kunnen aangeven wat ze voelen en ervaren.

Dat wil niet zeggen dat mensen met autisme zonder een verstandelijke beperking, geen last hebben van overprikkeling.  De last van overprikkeling kan zo groot zijn dat relaties en vriendschappen stuk lopen of een baan niet gevonden of behouden kan worden.

Bovendien kan langdurige overprikkeling overgaan in depressie, angst-of paniek aanvallen en andere stoornissen.

Acute overprikkeling

Acute overprikkeling ontstaat als je de overprikkeling niet hebt zien aankomen. Je hebt de signalen gemist en opeens ben je overprikkeld

 

Signalen van beginnende overprikkeling:
Voorbeelden

  • Je voelt een druk op je hoofd
  • Je kan niet goed meer luisteren naar anderen
  • De concentratie is niet meer goed
  • Je bent sneller geïrriteerd
  • Geluiden komen nog harder binnen
  • Licht kan je nog slechter verdragen
  • Geuren ervaar je nog meer vervelend
  • Je schrikt erger als iemand je wil aanraken of hand wil geven
  • Je krijgt buikkrampen of last van je maag
  • Je hartslag is sneller geworden
  • Het ademen is anders
  • Je wilt vluchten uit situaties (maar doet het nog niet)
  • Je wilt vechten (maar je doet het nog niet)
  • Ontspanningsoefeningen helpen niet meer of ze lukken niet

 

Wat kan helpen bij overprikkeling?
Voorbeelden
  • Neem waar dat je overprikkeld bent en accepteer dit
  • Ga niet proberen te vechten of te vluchten voor dit gevoel
  • Stap uit de situatie en zoek een rustig plekje op
  • Doe een korte meditatie- of ontspanningsoefening: focus op je ademhaling
  • Gebruik oordopjes om het geluid even buiten te sluiten
  • Gebruik een muts en/of zonnebril om licht te dempen
  • Gebruik metaforen die je hebt geleerd vanuit de ACT therapie
  • Accepteer dat je overprikkeld bent!
  • Gun jezelf de tijd om op rust te komen
  • Vergeet even alle doelen die je deze dag wilde halen
  • Gebruik je APPA schema
  • Zet je eigen hulpmiddelen in (drukvest, verzwaringsdeken e.d.)
  • Vraag ondersteuning en begrip van je huisgenoten, familie, collega’s
  • Zorg voor je eigen veiligheid

 

Interne en externe prikkels

We krijgen signalen (prikkels) van binnenuit het lichaam (intern) en van buitenaf (extern). Deze interne- en externe prikkels beïnvloeden elkaar en werken voortdurend samen.
Hieronder staan voorbeelden.

Interne prikkels
Zicht
Reuk
Tast
Gehoor
Smaak
Temperatuur
Pijn

 

Externe prikkels
Gedachten
Evenwicht                                                
Lichaamsbewustzijn
Aandrang
Honger en dorst
Pijn
Temperatuur regulering
Intimiteit, seksualiteit
Emoties
Geheugen


Overprikkeling en de mogelijke korte en lang termijn gevolgen daarvan in gedrag.
Voorbeelden daarvan zijn:

Vechten Vluchten Bevriezen
Schelden, schreeuwen Weglopen, weg rennen Niet meer praten
Iets kapot maken Verhuizen Afstand nemen
Verwijten maken Ontslag nemen Niet bereikbaar zijn
De wet overtreden Drugs, alcohol, gamen Isoleren

Emotionele-en cognitieve-en zintuigelijke overprikkeling

Om overprikkeling beter uit te leggen spreken we over emotioneel, cognitieve en zintuigelijke overprikkeling. In de praktijk overlappen deze elkaar.
Hieronder een aantal voorbeelden.

Emotionele
Overprikkeling
Cognitieve
Overprikkeling
Zintuigelijke
Overprikkeling
Weglopen uit de situatie
Huilbui
Driftbui
Schelden
Schreeuwen
Destructief gedrag
Passieve agressie
Irritaties
Onredelijk worden
In bed blijven liggen
Nadenken lukt niet meer
Iets leren (opnemen) lukt niet meer
Geen focus of concentratie
Denkblokkade
Verward
Verdwalen
Irritaties
“Vol hoofd”
Geluiden niet verdragen van radio, televisie, verkeer ed.
Smakgeluiden, kraken van papier of schuren van stoffen
Schittering of zonlicht niet verdragen
Aanrakingen niet verdragen
Bepaald eten niet verdragen
Drukte op feesten niet verdragen




Autisme Prikkel Plan Alice (APPA)

Als je grip wilt krijgen op je overprikkeling dan kan je een vijf stappen maken.

Stap 1: Zintuigen profiel
Maak een zintuigen profiel. In dit zintuigenprofiel komt te staan voor welke zintuigelijke prikkels je overgevoelig bent. Hiervoor vullen we een vragenlijst in. Autismepraktijk Alice gebruikt de lijst van Olga Bogdashina.

 

Stap 2: Situatie profiel

Je weet nu:
-waar je over of onder gevoelig voor bent

Nu maak je het situatieprofiel. In welke situaties komt de onder of overgevoeligheid het meeste voor? Hierbij kijken we naar alle situaties in je leven.

 

Stap 3: Signaal klachten profiel
Je weet nu:
-waar je over of onder gevoelig voor bent
-in welke situaties je er het meeste last van hebt

We weten nu waar je onder-of overgevoelig voor bent en in welke situaties. Vaak weten mensen met autisme niet welke signalen ze krijgen vanuit hun lichaam die het begin aangeven van overprikkeling. Deze signalen worden vaak gemist omdat ze deze niet goed voelen en-of niet kunnen duiden. Stap 3 is heel belangrijk!

 

Stap 4: Acties
Je weet nu:
-waar je over of onder gevoelig voor bent
-in welke situaties je er het meeste last van hebt
-wat je eerste signalen zijn bij een dreigende overprikkeling

In stap 4 ga je bespreken wat je helpt om de situatie te veranderen waarin je dreigt vast te lopen door overprikkeling. Voor elk persoon is dit anders. Je gaat acties nemen die goed bij je passen en uitvoerbaar zijn.

 

Stap 5: De hulplijnen
Je weet nu:
-waar je over of onder gevoelig voor bent
-in welke situaties je er het meeste last van hebt
-wat je eerste signalen zijn voor een dreigende overprikkeling
-welke acties je kunt inzetten om overprikkeling te voorkomen

Overprikkeling voorkomen is niet altijd gemakkelijk. Vaak hebben mensen met autisme hierbij begrip en ondersteuning nodig. Hulp vragen is vaak moeilijk als je al overprikkeld bent. Daarom is het zo belangrijk dat je weet wie je om hulp kunt vragen en hoe deze hulp er dan uit moet zien. Dit bespreek je met deze personen voordat je ze in je APPA plan neerzet.
Je kunt deze hulplijnen ook inzetten als je de overprikkeling niet hebt kunnen voorkomen. Ook daar is aandacht voor in de APPA.




Neuronen

banenMensen met autisme hebben veel meer neuronenbanen dan mensen zonder autisme (neuro typisch). Het gevolg hiervan is dat:
Er meer neuronen geactiveerd moeten worden voordat de informatie van zintuigen naar brein en dan naar gedrag voltooid is.
In de bijlagen kan je hier meer over lezen.

De cel is de kleinste eenheid waaruit alles wat leeft, dus ook de mens, is opgebouwd. Er zijn verschillende soorten cellen met elk een kenmerkende vorm en functie. Een van die soorten is de zenuwcel ofwel het neuron: een cel die gespecialiseerd is in het ontvangen en doorgeven van signalen.


De cel is de kleinste eenheid waaruit alles wat leeft, dus ook de mens, is opgebouwd. Er zijn verschillende soorten cellen met elk een kenmerkende vorm en functie. Een van die soorten is de zenuwcel ofwel het neuron: een cel die gespecialiseerd is in het ontvangen en doorgeven van signalen.

Op de onderstaande afbeelding is goed te zien hoe de neuronenbanen lopen.
Je kan zien dat de signalen vanuit de zintuigen (behalve geur) naar de thalamus gaan om vandaaruit verder verwerkt te worden in de cortex.

Thalamus

De thalamus is een belangrijke regelkamer in het centrum van de hersenen. Het is de plaats waar allerlei binnenkomende signalen terechtkomen en doorgestuurd worden naar de cortex. Er is tweerichtingsverkeer: de cortex stuurt na verwerking ook weer informatie naar de thalamus terug.
De thalamus is evolutionair gezien een oude hersenkern, ouder dan de cortex, met een ingewikkelde bouw en een groot aantal functies. Nog steeds is lang niet alles over de thalamus bekend.
Sensorisch
De thalamus is de plek waar alle sensorische informatie die de zintuigen verzamelen terechtkomt behalve die over geur. Geuren gaan via de kortste route naar het 'geurengebied' in de cortex. De taak van de thalamus is de informatie te interpreteren en te bepalen wat doorgaat naar de cortex en wat niet. Hij 'filtert' de binnengekomen signalen: wat belangrijk is wordt gesorteerd en doorgestuurd voor een gedetailleerde analyse naar de juiste gebieden in de cortex. Dat kan een sensorisch gebied zijn maar ook het geheugen.

Wanneer je je heel erg op een bepaalde activiteit moet concentreren kan de thalamus bepaalde 'storende' prikkels onderdrukken: bijvoorbeeld geluiden worden onderdrukt als je aan het lezen bent.

Motorisch

Daarnaast is de thalamus een schakelstation tussen de grote en de kleine hersenen en heeft zo ook invloed op motorische functies. Motorische signalen van de kleine hersenen komen binnen in bepaalde delen van de thalamus. Daar worden ze gecombineerd met binnenkomende sensorische informatie en vervolgens doorgestuurd naar de motorische cortex. Via de motorische cortex worden vervolgens bepaalde spieren geactiveerd.

Amygdala

De rol van de amygdala is het meest bekend bij de emotie angst, maar de amygdala is betrokken bij nog meer emoties zoals agressie. Door een bepaalde gebeurtenis een emotie te geven, kan de persoon dit in een toekomstige gebeurtenis herkennen en hierop reageren. Bijvoorbeeld; Je wordt gebeten door een slag. De amygdala koppelt hier de emotie angst aan. In een volgende situatie wanneer jij een slang ziet, herkent de amygdala dit en hierdoor reageer jij angstig (vlucht-of-vechtreactie).

Hiernaast speelt de amygdala een belangrijke rol in het vormen en opslaan van herinneringen. Hierbij wordt de emotie en de informatie van de zintuigen onthouden. Bij het opslaan van de herinneringen werkt de amygdala samen met de hippocampus. Samen vormen zij het kortetermijngeheugen. Na enige tijd worden de herinneringen opgenomen in het langetermijngeheugen. De amygdala zorgt hierin vooral de emotie die bij de herinnering past. Hierdoor wordt de herinnering versterkt en wordt dit in andere/latere gebeurtenissen herkend.

De amygdala komt aan de informatie op twee verschillende manieren:

  1. Korte route; via de hypothalamus gaat de informatie direct naar de amygdala (reflex).
  2. Lange route; via de orbitofrontalis cortex gaat de informatie naar de hypothalamus. Vervolgens gaat de informatie naar de amygdala (bewuste reactie).


De amygdala speelt een belangrijke rol bij emoties en de reactie die daarop wordt gegeven. Hierbij speelt het vooral een belangrijke rol bij angst en agressie.